Mijn schilderijen ontstaan vanuit een nieuwsgierigheid naar wat er onder de oppervlakte leeft.

Ik ben geïnspireerd door het idee dat een beeld niet alleen iets laat zien, maar ook iets kan onthullen. Soms weet ik vooraf niet precies waar een schilderij naartoe gaat. Ik begin met kijken, voelen, bewegen en reageren op wat er ontstaat. In dat proces kan iets zichtbaar worden wat zich niet gemakkelijk in woorden laat vangen.

In mijn werk voel ik de invloed van drie mensen die ieder op hun eigen manier naar kunst en het menselijk innerlijk hebben gekeken: Rudolf Steiner, Carl Gustav Jung en Arno Stern.

Van Rudolf Steiner spreekt mij vooral zijn gedachte aan dat kunst niet alleen gaat over wat je met je ogen ziet. Er is ook een innerlijke werkelijkheid. Vorm, kleur, beweging en ritme kunnen iets van die werkelijkheid voelbaar maken. Dat sluit aan bij mijn eigen ervaring dat schilderen meer kan zijn dan het maken van een mooi beeld. Het kan een manier zijn om iets wat vanbinnen leeft naar buiten te brengen.

Carl Gustav Jung heeft mij geleerd om anders naar beelden te kijken. Een beeld kan een eigen taal spreken. Kleuren, vormen en symbolen kunnen iets vertellen over onszelf, ook wanneer we dat niet bewust bedacht hebben. Ik hoef een schilderij daarom niet altijd meteen te begrijpen. Juist het niet-weten vind ik interessant. Soms ontstaat de betekenis pas later, wanneer ik er opnieuw naar kijk.

Van Arno Stern spreekt mij de vrijheid aan om te schilderen zonder dat het resultaat vooraf vast hoeft te staan. Hij ontdekte hoe belangrijk het is om ruimte te krijgen voor een eigen spoor, zonder oordeel en zonder de vraag of iets mooi, goed of fout is. Dat herken ik sterk in mijn eigen schilderproces. Wanneer ik de behoefte om iets te moeten maken kan loslaten, ontstaat er ruimte voor iets onverwachts.

Deze drie inspiratiebronnen komen voor mij samen in één belangrijk uitgangspunt: het schilderij hoeft niet alleen iets uit te beelden; het mag ook iets onthullen.

Daarom probeer ik tijdens het schilderen niet te veel te sturen. Ik luister naar wat het beeld mij teruggeeft. Een kleur vraagt om een andere kleur. Een vorm wil blijven, of juist verdwijnen. Soms ontstaat er een spanning die ik eerst niet begrijp, maar die wel precies goed voelt.

Zo wordt schilderen voor mij een ontmoeting tussen bewust en onbewust, tussen voelen en denken, tussen wat ik al weet en wat zich nog wil laten zien.

Mijn schilderijen zijn daardoor geen illustraties van een gedachte. Ze zijn eerder een zoektocht naar iets wat zich onderweg aandient.

Misschien is dat ook wat mij het meest inspireert: dat er in ieder mens een innerlijke wereld aanwezig is die niet altijd rechtstreeks kan worden verteld, maar die zich soms wel laat zien in kleur, vorm, beweging en beeld.